Economische Samenwerking Zuid-Limburg (en voorloper LED) ondersteunde de afgelopen jaren 119 projecten. Een behoorlijk aantal daarvan is inmiddels afgerond. Maar leverden al die projecten ook iets op? Wat leren we ervan en hoe wordt het geleerde in de praktijk gebracht? Raf Sluismans, programma manager bij onderzoeksinstituut UNU-MERIT monitort de projecten al sinds 2012 en kan dan ook precies vertellen wat de succesfactoren zijn én waarom het soms minder goed ging.

Kort op de bal 

Onderzoeksinstituut UNU-MERIT werkt onafhankelijk. Raf: “Tweemaal per jaar gaan we bij alle lopende projecten op bezoek en toetsen we – aan de hand van een checklist – of het project de gewenste voortgang heeft. Daarnaast beoordelen we in hoeverre het aansluit bij de strategische ESZL-doelstellingen op de lange termijn. Zo spelen we kort op de bal zodat we de projectmanagers van ESZL kunnen adviseren over aanpassingen, verlenging of stopzetting. Afgeronde projecten krijgen nog één keer per jaar bezoek van Raf. “In dat gesprek bekijken we of en in welke mate het project verder loopt, of het nog aansluit bij de ESZL-opgaven én of er ontwikkelingen zijn die nieuwe kansen bieden. Terugkijkend op negen jaar projecten en vele gesprekken, is het mooi om te zien dat uit vrijwel alle sectoren initiatieven zijn gekomen en dat talloze mkb-bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen zich uitgedaagd hebben gevoeld (en voelen) om te vernieuwen en samen te werken.”

Geleerde lessen

De projecten sluiten aan bij één of meer van de strategische opgaven van ESZL: economie als versneller/economische structuurversterking (63 projecten), vitaal en sociaal/sociaaleconomische structuurversterking (35 projecten) en bronsgroen en duurzaam (11 projecten). Tien projecten zijn voortijdig stopgezet. Wat zijn nu de belangrijkste geleerde lessen? Raf noemt er een aantal: “We hebben gezien dat het financieren van capaciteit om (EU-) financiering binnen te halen, goed heeft gewerkt. Niet verbazingwekkend als je bedenkt dat aanvraagprocedures complex zijn en inhoudelijke competentie vereisen. De ESZL-financiering heeft bij deze projecten gewerkt als een hefboom. Ook projecten die als doel hadden opleidingsprogramma’s op te zetten die beter aansluiten bij de behoeften van het bedrijfsleven, bleken succesvol. Het mooie aan dit soort projecten is bovendien dat het product blijft bestaan na stopzetting van de subsidie. Projecten die vertrekken vanuit behoefte van de markt zijn succesvoller gebleken dan projecten die een aanbod naar de markt proberen te pushen. We hebben bovendien gemerkt dat inzetten op nieuwe product-markt combinaties beter werkt dan ontwikkeling van nieuwe diensten. Belangrijke les is dat projecten uitvoeren maatwerk is en dat begeleiding op maat dus een belangrijke succesfactor is.”

Hindernissen

Soms loopt het simpelweg anders dan verwacht en gehoopt, bijvoorbeeld als er onverwachte hindernissen zijn die het project dwars zitten. Raf geeft een greep uit de belemmeringen: “De marktontwikkeling loopt anders dan verwacht, de markt blijkt traditioneel en staat onvoldoende open voor de innovatie, te weinig tijd en capaciteit om neuzen in dezelfde richting te krijgen, een stroperig proces als meerdere organisaties of instellingen zijn betrokken, weerstand in de eigen organisaties, wet- en regelgeving die tijd kost, te snel succes waardoor capaciteitsproblemen ontstaan of gebrek aan middelen als snelle opschaling noodzakelijk is.”

Nieuwe realiteit

“We leven nu in een andere realiteit dan in 2012, toen de eerste projecten van start gingen” zegt Raf. “De strategische ambities van ESZL zijn aangescherpt en zowel de coronacrisis als de structurele transitieopgaven in de regio vragen om sneller schakelen en dus op een andere manier – in netwerken – met elkaar samenwerken. Negen jaar projectmonitoring heeft een schat aan ervaringen en kennis opgeleverd. We weten inmiddels goed wat wel en wat juist niet werkt. Dat biedt mooie kansen om voort te bouwen op successen. Daarnaast levert de monitoring een overzicht op van ondernemers en organisaties die projecten indienen en de partijen waarmee ze samenwerken. Dit geeft ESZL en partners mooie aanknopingspunten voor het bouwen van netwerken (coalitions of the willing) rondom de strategische opgaven en ambities van ESZL. En dat is precies wat de regio nu nodig heeft.”

Lees het Eindrapport UNU-Merit